Studiefinanciering Terugbetalen?

Een lening onder het studievoorschot wijkt op veel onderdelen af van een hypotheeklening of consumptieve lening. Essentieel is het feit dat de studielening alleen terugbetaald hoeft te worden bij voldoende draagkracht: bij onvoldoende inkomen hoeft er niet (of niet volledig) worden terugbetaald en wordt de schuld na 35 jaar (deels) kwijtgescholden.

  • Een studie blijft de beste investering die een student in zichzelf kan doen. De student gaat immers na de studie meer verdienen dan zonder die studie het geval was geweest. Gemiddeld 1,5 à 2x zoveel als zonder een hoger onderwijsdiploma.
  • Ook de samenleving profiteert van het goed opgeleide beroepsbevolking. Het Rijk investeert dan ook nog steeds gemiddeld €6.500 per jaar, dus €26.000 per studie in de student. En dit bedrag gaat stijgen, want de opbrengsten van het studievoorschot worden geïnvesteerd in onderwijs en onderzoek.
  • Er geldt een lage rente. De lage rente die de overheid op de kapitaalmarkt betaalt, wordt doorgegeven aan de student. De goede kredietwaardigheid van de staat wordt zo zonder risico-opslag doorgegeven aan de student. Op dit moment bedraagt de rente 0,81%. De rente was gebaseerd op de 3 tot 5-jaarsrente. Dit wordt de 5-jaarsrente, omdat de terugbetaaltermijn fors langer wordt. Daardoor staat de schuld langer uit en nemen de financieringskosten voor de staat toe. Om dit te compenseren, is de vaststelling van de rente aangepast. Maar nog steeds is de 5-jaarsrente een zeer lage rente in vergelijking tot de periode dat de schuld uitstaat.
  • Met dit voorstel wordt de terugbetaaltermijn verlengd van 15 naar 35 jaar. Dit betekent dat de maandlasten een stuk lager worden, want de lening mag over veel langere tijd verspreid worden terugbetaald. Ten opzichte van de huidige terugbetalingsregels halveren de 1 SCP De Studie waard, juni 2013, p. 26 e.v.maandbedragen nagenoeg. Dit is vooral fijn in de spitsuur van het leven, als de inkomens nog niet zo hoog zijn en de oud-student wel een huis wil kopen, een bedrijf wil starten of een gezin wil stichten.
  • Mocht een oud-student in de positie zijn om versneld af te lossen, dan mag dat altijd. Het wordt ook makkelijker gemaakt om dit te regelen. Zo kan de student de schuld in 35 jaar terugbetalen tegen lage maandlasten of sneller aflossen om eerder schuldenvrij te zijn.
  • Op basis van de schuld en de stand van de rente wordt een maandbedrag berekend. Maar dit maandbedrag wordt niet klakkeloos geïncasseerd. Er wordt eerst gekeken naar het inkomen.
  • Iemand die onder het wettelijk minimumloon verdient (€19.253) hoeft niets terug te betalen.
  • Dat was vanaf ongeveer bijstandsniveau, maar lagere inkomens worden nu dus tot een hoger inkomensniveau vrijgesteld van afbetaling.
  • De terugbetaling is nooit meer dan 4% van het inkomen en gemiddeld circa 1%.
  • Mocht de oud-student na afstuderen geen baan vinden, ergens in de terugbetaalperiode werkloos raken of een laag inkomen krijgen, dan kan het dus zijn dat niet de hele schuld of zelfs niets hoeft te worden terugbetaald. Na 35 jaar wordt de schuld die nog openstaat kwijtgescholden. Verhalen over aflossing van de studieschuld tijdens de pensionering berusten dus op een misverstand.
  • Ook kunnen oud-studenten ervoor kiezen om hun terugbetaling een jaar op te schorten. Zij kunnen dit 5 keer doen, en kunnen vijf zogeheten jokerjaren benutten.
  • Je betaalt in beginsel het maandbedrag dat hoort bij je schuld. Maar er wordt rekening gehouden met je financiële draagkracht. Daardoor betaal je nooit meer dan je kunt gelet je inkomen. Een restschuld wordt kwijtgescholden.
  • Hoe wordt het maandbedrag dat hoort bij een bepaalde schuld berekend?
  • Het maandelijks af te lossen bedrag wordt berekend als een annuïteit2.
  • Bij het berekenen van de maandlast zijn de volgende variabelen bepalend:
  •  hoogte schuld (verschilt per persoon),
  •  looptijd (35 jaar),
  •  rente (OCW gaat uit van 2,5%3).
  • Hoe wordt de maximale draagkracht die hoort bij een bepaald inkomen berekend (vb. alleenstaande)
  • Onder het wettelijk minimum loon (nu € 19.253) is de oud-student vrijgesteld van afbetaling;
  • Van het inkomen boven deze drempel, dient 4 procent ingezet te worden voor aflossing.
  • Bijvoorbeeld: met een inkomen van € 29.253 is het bedrag boven de drempel € 10.000. Daarvan dient € 400 per jaar/€ 33,33 per maand gebruikt te worden voor
  • aflossing. Dit is het bedrag wat deze persoon maximaal terug moet betalen. Zijn restschuld wordt aan het einde van de looptijd van 35 jaar kwijtgescholden.
  • Als de draagkracht onvoldoende is om het o.b.v. de schuld brekende maandbedrag te betalen,
  • betaal je het bedrag dat je kunt betalen (naar draagkracht, dus).