Hieronder een overzicht van een aantal onderzoeksuitkomsten inzake de schuld die kan ontstaan indien je studiefinanciering hebt ontvangen.

Schuld

  • Nu rondt 1/3 van de studenten de studie af zonder schuld. De gemiddelde schuld van de studenten die wél lenen, bedraagt €15.0001.
  •  Met de introductie van het studievoorschot verdwijnt de basisbeurs. Die bedraagt € 3.350 per jaar voor een uitwonende student en € 1.200 per jaar voor een thuiswonende student.
  •  Uitgaande van een vierjarige studie zijn € 13.400 en € 4.800 dus de respectievelijke bedragen die veranderen als gevolg van het studievoorschot. Wanneer deze bedragen geheel worden geleend, is de extra maandlast respectievelijk circa € 48 euro en circa € 17 per maand (bij voldoende financiële draagkracht).
  •  In de CPB-studie wordt ervan uitgegaan dat er gemiddeld €6.000 extra wordt geleend. Dit bedrag is gebaseerd op het gemiddelde van een uit- en een thuiswonende beurs (€9.000) en vervolgens gaat het CPB er van uit dat niet het hele bedrag zal worden geleend.
  •  Er zijn immers ook andere manieren om het wegvallen van de basisbeurs op te vangen; meer bijverdienen (zeker nu de bijverdiengrens wordt afgeschaft), spaargeld aanwenden, een hogere bijdrage van de ouders en er is een (kleine) groep studenten die nu misschien iets te makkelijk leende voor consumptieve uitgaven en dat leengedrag of bestedingspatroon nu kritisch tegen het licht zal houden.
  •  Uitgaande van de gemiddelde schuld die de lenende studenten nu hebben (15.000), kom je in de CPB-studie op een gemiddelde schuld van 21.000. Maar voor de grote groep studenten die nu niet leent en alleen het wegvallen van de basisbeurs hoeft op te vangen, is een schuld van gemiddeld €9.000 realistischer.